Wethouder Pieter van der Zwan van Smallingerland trok dinsdag 31 maart naar Den Haag om bij de Tweede Kamer de noodklok te luiden over een schrijnend probleem in de jeugdhulp. Samen met andere wethouders en deskundigen uit Friesland bood hij een position paper aan Tweede Kamerleden aan, met een dringende oproep om het systeem van noodopvang voor kwetsbare jongeren fundamenteel te herzien.
Honderden kinderen in vakantieparken en appartementen
Aanleiding is een zorgwekkende situatie die landelijk speelt. Naar schatting 400 kinderen met een zeer complexe zorgvraag worden momenteel door gemeenten ondergebracht in appartementen of op vakantieparken, waar zij 24 uur per dag worden begeleid door een of zelfs twee begeleiders. Dit als noodoplossing, omdat er in reguliere jeugdhulpinstellingen geen plek voor hen is. De kosten lopen op tot 1 tot 1,75 miljoen euro per kind per jaar — en het effect is twijfelachtig.
Het televisieprogramma Zembla bracht de situatie vorige week in beeld. Van der Zwan omschrijft de aanpak als een moderne vorm van opsluiting: “Deze kinderen worden weggehaald uit hun vertrouwde omgeving en krijgen geen enkele vorm van echte hulp. Ze gaan vaak niet naar school, hun ontwikkeling staat stil. Ze vallen echt tussen wal en schip.”
Gevolg van afbouw gesloten jeugdzorg
Het probleem is deels een gevolg van de landelijke beslissing om de gesloten jeugdzorg af te bouwen. In 2030 mag niemand meer in een gesloten instelling worden geplaatst. Dat is een begrijpelijk doel, maar gemeenten lopen er nu al tegenaan dat er voor de meest kwetsbare jongeren geen alternatief is. Om te voorkomen dat zij zichzelf of anderen iets aandoen, kiezen gemeenten noodgedwongen voor dure individuele begeleiding — zonder dat dit de jongere daadwerkelijk verder helpt.
“Wij zijn echt de noodklok aan het luiden, niet alleen voor Friesland maar voor heel Nederland”, aldus Van der Zwan. “We zien in het hele land dat dit gebeurt.”
Pleidooi voor gezinsgerichte aanpak
De ondertekenaars van de position paper pleiten voor een systeemgerichte gezinsaanpak. In plaats van het kind te isoleren en individueel te begeleiden, moet de ondersteuning gericht zijn op het hele gezin en de omgeving waarin het kind leeft. Via een zogenaamde Gedeelde Verklarende Analyse worden de onderliggende oorzaken in kaart gebracht — van huisvestingsproblemen tot schulden, van onderwijs tot werk — zodat die gericht aangepakt kunnen worden.
In Smallingerland wordt al met deze aanpak geëxperimenteerd, maar Van der Zwan is eerlijk over de obstakels die hij daarbij tegenkwam: privacywetgeving en beroepscodes die samenwerking tussen professionals bemoeilijken. Hij roept op tot aanpassing van de regels die in de weg staan.
Landelijke steun en financiering nodig
Een bijkomend probleem is dat de nieuwe aanpak hoge startkosten met zich meebrengt. “Bij gemeenten staat het water al aan de lippen”, zegt Van der Zwan. Hij vraagt het kabinet en de zorgverzekeraars om mee te betalen aan de transitie naar een betere aanpak. Minister Sterk (Jeugd) heeft al laten weten dat ook zij vindt dat gemeenten minder geld kwijt moeten zijn aan noodoplossingen en dat jongeren sneller de juiste zorg moeten krijgen.
Van der Zwan besluit met een duidelijke boodschap: “Dit probleem kunnen we als gemeente of zorgorganisatie niet alleen oplossen. We hebben landelijke kaders nodig en investeringen die recht doen aan de ontwikkeling van jeugdigen én hun leefomgeving.”